Sambal bij?

Op de wereld zijn meer dan anderhalf miljard Chinezen. Veel van hen zijn afhankelijk van de horeca. In elke uithoek tref je Chinezen. Zelfs in Godvergeten gaten als Dieverbrug, Munstergeleen en Heerjansdam is wel een Chinees Restaurant te vinden. Als ik buitenshuis de honger stil kies ik vrijwel altijd voor de optie Chinees. Soms ga ik naar een wokpaleis en andere keren kies ik voor een ouderwets Chinees Restaurant. Gisteren was het weer zo ver. Ik parkeerde mijn auto pontificaal voor de deur van een dorpschinees, Lei Ping in het Anton Pieckachtige Nigtevecht. Zo’n authentieke tent waar Ni hao nog echt Ni hao betekent. Ik mag wel zeggen mijn vaste stamchinees. Waarschijnlijk vroeger een Rabobank filiaal geweest, zoals je wel vaker ziet in die dorpen. Draken aan de muur, rood met goud beschilderde raamkozijnen, rode papieren balonnen met franjes er aan en een geil vijvertje boordevol met Koikarpers in de tuin. 40 tafeltjes binnen welke allemaal onbezet zijn en een hok vol kwart voor zes-afhaal provincialen die als een gebiologeerd konijn in het licht van een stroperslantaarn zitten te gluren naar het luikje waar elk moment hun bak bamivoer uit kan komen. “Twee maal 136 met saus apart en dlie keel 218. Sambal bij meneel”? Hoorde ik een beeldschone Kantonese chick opsommen. Haar mannelijke collega noemde wel de gerechten bij naam. Een besnorde Tokkie, met zijn zwaar geblondeerde vrouw veerden op toen het luikje openging. “Twee nasi vool die meneel met die snol.” Snol? Dat pikte die Tokkie niet en greep die “kleine gele kolerelijer” effe flink bij de kraag. Resultaat was dat er vanuit de keuken 16 zwaar bewapende Chinezen te hulp schoten. Om een bloedbad te voorkomen kozen Meneer Tokkie en zijn blonde stoot het hazenpad. Bij de Chinees gebeurt altijd wat. Het is aandoenlijk en Chinese restaurants fascineren mij tot op het bot. De allure van een Opel Kadett, sparen voor een foeilelijke kalender, “sambal bij” en “lollie voor kient” dat is echt helemaal mijn ding.

Ik zat moederziel alleen aan een tafeltje en een ober in een vaal overhemd met een muf rood vestje eroverheen nam mijn bestelling op. Ik koos voor een Dim Sum, zonder Dim. Een Nasi Goreng met mosterd en ik wilde er ook wel twee thermoskannen met koffie bij en uiteraard moest er ook onbeperkt gratis kroepoek bij.

Lei Ping is nog zo’n tent die zich niet heeft overgegeven aan dat All-inclusive gespuis. Van die volgevreten stadsnomaden die met de hele familie in trainingspak komen bunkeren en zichzelf een darmkoliek vreten voor een vaste prijs. Van dat publiek dat met een groen polsbandje in de rij staat om uit het buffet hun vierde pekingeend op te scheppen omdat er nou eenmaal voor betaald is.

Wat ik opvallend vind is dat Chinees eten, met name door de afhalers, is verweven in nummertjes. Doorgewinterde afhalers die achteloos hun autosleutels op de balie flikkeren en in rap tempo allerlei nummertjes opsommen. Twee maal 97, 1 keer 134 en een dubbele portie 19 zonder wajongsaus. Dan moet je natuurlijk wel bij de goede Chinees zijn. Zo is bij Lei Ping nummer 46 Bami Rames met een compact gepocheerd eitje en een muf plakje ham. Maar bij Golden River in Grutjepolder is dat weer 128. Dat kan verwarring wekken. Uit voorzorg bestel ik dus nooit met nummertjes.

Na tien minuten kwam mijn bestelling. Omdat ze normaal garanderen dat ze binnen 7 minuten serveren kreeg ik er een “dlankje van huis” bij. Ik koos voor de alcoholvrije apfelkorn. M’n Nasi Goreng zag er voortreffelijk uit. Inclusief kippenbout in een klef sausje, stokje sate (waarschijnlijk gemaakt van zwerfkat) en een uit wortel gesneden albatros, ter decoratie. Presenteren kunnen die Chinezen wel. Als een geoefend Chinees eter lepelde ik wat waterige sambal over m’n nasi. Honderden keren was ik hier al geweest en waar ter wereld ik ook Chinees had gegeten, nergens hadden ze lekkerdere sambal dan bij Lei Ping.

Vijfendertig minuten later was ik klaar. Mijn riem op de vreethaak en m’n bord nog half vol. Chinezen zijn er een meester in veel te grote porties voor te schotelen. Na een maaltje Chinees is mijn stoelgang altijd helemaal van de kaart. Dat schijnt te maken te hebben met de smaakversterker Ve-Tsin die de kok door het eten gooit. Ve-Tsin is een mononatriumglutamaat waar onze darmflora maar moeilijk aan kan wennen. Toen ik kenbaar maakte dat ik klaar was begon het gebruikelijke ritueel. Een Chinese schone in traditionele kimono kwam me een schoteltje aanreiken, met daarop een handgeschreven bonnetje en twee hagelwitte pepermuntjes. Daarbij kreeg ik een kokendhete natte lap in mijn handen gedrukt om mijn handen en gezicht te reinigen. Het ijsje van de zaak sloeg ik beleefd af, ik wilde naar huis.

Ik had weer een leuke avond gehad. Ik vind Lei Ping een bijzonder fijn restaurant. Dit was zo totdat ik vanmorgen bij de post een factuur van ze aantrof. Of ik binnen 8 dagen even € 1237,50 wilde overmaken. Bleek dat al die jaren de sambal niet gratis was.

Ik ga er nooit meer heen. Zijn ze nou helemaal van de Lei Gepingd!!!!

Greetz,

@van_Rukhoven

Advertenties

2 thoughts on “Sambal bij?

  1. Geweldig!!! Je schrijft in de trant van Paco Painter! Ken je die? Van stadsradicaal Ab enzo?? Anders stel ik jullie aan elkaar voor. Schrijft een blog, krantencolumn en heeft pas een boek uitgegeven. Ik denk dat hij jouw schrijfstijl wel kan waarderen! Echt geweldig dit blog!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s